Tennis
Padel
Pickleball
Tennis
Padel
Pickleball
Tennis
Padel
Pickleball

Regionieuws Vlaams-Brabant

KTC Diest treedt met 75 teams in interclubcompetitie tennis aan: “Het is een sociaal gebeuren”

Het interclubseizoen is weer aangebroken en bij KTC Diest wordt daar jaar na jaar met argusogen naar uitgekeken. De club van voorzitter Annick Draelants telt met voorsprong het grootste aantal teams in Vlaanderen. Het zijn er 75 mét daarbij twee in de hoogste nationale afdeling. “Ik geloof hard in padel, maar hier tonen we aan dat een tennisclub zonder padel ook nog steeds een succesverhaal kan zijn”, aldus Draelants. “Tennis is in Diest een sociaal gebeuren en dat moet zo blijven.”

Twee seizoenen geleden nam Annick Draelants op KTC Diest de scepter over van jarenlang voorzitter Dick Lahou. Aan het sportieve succesverhaal breidde zij een vervolg. Binnen de club is Draelants ook de sportief verantwoordelijke. Dit seizoen schreef zijn eventjes 75 interclubteams in. Van jong tot oud, van nationaal tot gewestelijk, van enkel tot dubbel: alles komt aan het Warandepark uitgebreid aan bod.

“In vergelijking met vorig seizoen tellen we nu twaalf interclubteams meer”, zegt Draelants. “We zorgen er voor dat iedereen die interclub wil spelen in een ploeg geraakt. De overgrote meerderheid van de leden - pakweg tachtig procent - vormt zelf hun team. De overige twintig procent – met daarbij onder andere de nieuwe leden – vullen we zelf in. Nick Vanmechelen, samen met Benny Vanhoudt en Michiel Antheunis de verantwoordelijke van onze ijzersterke tennisschool, geeft de aanzet voor de jeugdteams. We vormen een uitstekende tandem.

Een hele organisatie
Bij 75 interclubteams komt er organisatorisch uiteraard heel wat kijken. “Onze interclubkapiteins nemen gelukkig hun verantwoordelijkheid”, lacht Draelants. “Indien nodig gaan zij zelf op zoek naar reservespelers. Ook hebben we de leden aangespoord om interclubleider te worden. We tellen er nu vijftien. In een beurtrol leiden zij de ontmoetingen in goede banen. Het is Dries Franssens die de coördinatie van de interclubleiders op zich neemt. Op zondag is het soms nipt, maar eigenlijk komen we met onze planning nooit in problemen. Vanzelfsprekend is het altijd hopen op goed weer. Gelukkig hebben we een uitstekende samenwerking met Karteria Diest, waar vijf indoorcourts liggen.

Aandacht voor U9 en jong volwassenen
Draelants vindt de interclubcompetitie een fantastisch middel om jeugd aan te trekken. Bijzondere aandacht gaat in Diest naar de allerjongsten en naar de jong volwassenen. “De kinderen onder 8 jaar betalen geen lidgeld”, zegt Draelants. “Dat is een relatief kleine kost, waar je als club snel de vruchten van plukt. Uiteraard geeft dat in die leeftijdscategorie een grotere instroom. De interclubcompetitie wordt bij ons in de reeks U9 hard gepromoot. Zo komen de kinderen in een ‘community’ terecht en geraken ze snel gelanceerd. Tijdens de interclubwedstrijden in de reeks U9 zijn telkens tellers aanwezig en ook de coaches volgen de wedstrijden.

Ook voor de jong volwassenen doen wij een extra inspanning”, vervolgt Draelants. “Iedereen die afgestudeerd is – jongeren tussen 22 en 29 jaar – krijgt een voordeeltarief. Dat levert ons toch snel zes à zeven extra interclubploegen op. Van de interclubcompetitie maken die jongeren een echt sociaal evenement. In plaats van in de stad op café te gaan, blijven ze hier gezellig hangen.

Interclub dubbel: meteen uitverkocht
Over een sociaal gebeuren gesproken: ook de dubbel interclub kent in Diest een groot succes. “Op het aantal teams in de interclubcompetitie dubbel plaatsen we een strikte limiet”, aldus Draelants. “Op één dag was alles uitverkocht. Die ontmoetingen worden op vrijdagavond gespeeld. Ze vormen een enorm gezellig, sociaal concept en tussen 20 uur en 21 uur organiseren we dan een happy hour. Er wordt op vrijdag geregeld in de vroege uurtjes afgesloten.

Dames én heren in eerste nationale
Opvallend: KTC Diest is zowat de enige club in Vlaanderen die al jarenlang zowel bij de dames als bij de heren een team in de eerste nationale afdeling in competitie heeft. Op het palmares staan een pak titels en ook nu nog doen de beide teams weer mee om de prijzen. “Ja, zonder gekke dingen te doen willen we er in eerste nationale altijd staan”, zegt Draelants. “Dat hoort bij de visie van onze tennisclub. Bij een top tennisschool horen ook top interclubteams. Tennis is een individuele sport, dit is zowat het enige moment dat de spelers in team naar iets kunnen toeleven. We willen altijd competitief zijn en ook dit seizoen zijn we weer goed begonnen. Onze dames wonnen op de eerste speeldag met 1-5 op Flemalle en de mannen haalden het met 2-7 op Hof ter Burst. Tegen die sterke Oost-Vlamingen was dat een opvallend straf resultaat. Beide teams sluiten op donderdag 29 mei de poulefase in eigen huis af. Dat wordt een topdag. We hopen dan twee keer de kwalificatie voor de eindronde te vieren.

In het spoor van onze topteams staat heel wat eigen beloftevolle jeugd te trappelen en die komen ook met een nationaal team in actie. In de tweede afdeling bij de dames en in de derde reeks bij de heren. En dan zijn er uiteraard nog onze 35-plussers die vorig jaar nationaal kampioen werden en dat deze keer opnieuw als doel hebben.

Van 14 tot en met 27 juli staat op KTC Diest het jaarlijks tornooi op de affiche. Voor de beide reeksen om het Lotto Belgian Circuit zal dat voor het eerst met drie sterren zijn. 

Internationaal op de stoel: ‘Bronze Badge’ Roeland Vandenberghe heeft eerste Davis Cup-duel achter de rug

Als ‘ITF Bronze Badge’ staat Roeland Vandenberghe, op 26-jarige leeftijd, aan de top van de Belgische scheidsrechterij. Vandenberghe is gepassioneerd door tennis en vond als scheidsrechter een andere manier om met zijn sport bezig te zijn. In januari zat hij op de stoel voor het Davis Cup-duel tussen Libanon en Peru. “Dat zijn de momenten waarop je heel veel bijleert”, aldus Vandenberghe.

Samen met de Waalse Floriane Dierckx is Roeland Vandenberghe, voorzitter van het landelijk gelegen TC Roosendael in Tienen, de enige ‘ITF Bronze Badge’ van ons land. Op relatief korte tijd legde Vandenberghe een toch wel opmerkelijk parcours af.

Alles begon op 16-jarige leeftijd toen een clubtrainer vroeg om mee te doen aan het examen van clubscheidsrechter”, zegt Vandenberghe. “Met nog twee andere personen van de club ‘gingen we het eens proberen’. Voor mij ging alles in een stroomversnelling omdat Ludwig Stillaert, een nationaal scheidsrechter van de club, mij meenam naar tornooien en naar de eindronde van de gewestelijke interclub. Ik vond het leuk om te doen én je verdient als tiener wat bij. Uiteraard was dat eerste seizoen spannend. Bij elke stap die je zet, is die spanning er nu trouwens nog. De echte smaak kreeg ik in 2018 te pakken tijdens een opleiding in Zweden. De cursus werd gegeven door verschillende topscheidsrechters. Het was daar dat ik besefte dat ik dit wou blijven doen.

Nationaal scheidsrechter, White Badge en Bronze Badge
Vandenberghe zette snel verschillende stappen. In 2016 werd hij nationaal scheidsrechter, in 2021 ging het naar ‘ITF White Badge’ en sedert oktober 2023 mag hij zich ‘ITF Bronze Badge’ noemen. “De cursus voor ‘White Badge’ vond gedurende vijf dagen plaats in het Franse Les Contamines”, vertelt Vandenberghe. “Voor White Badge is het voldoende om zeer grondig alle reglementen te kennen om te slagen. De eisen voor ‘Bronze Badge’ liggen veel hoger. Ik volgde in oktober 2023 de cursus in Amstelveen. Je wordt daar vanaf de eerste minuut op de rooster gelegd en geëvalueerd. Er wordt nauw gekeken hoe je reageert op verschillende situaties. De druk is veel groter. Het waren spannende dagen en – toegegeven – ik was er zonder heel veel marge door. Eigenlijk had ik al geluk dat ik tot de cursus werd toegelaten. Ik kon immers nog niet de ervaring voorleggen als scheidsrechter op Challenger-tornooien.

Davis Cup Libanon-Peru
Als ‘Bronze Badge’ was Vandenberghe tot nu toe voornamelijk actief op ITF-tornooien. Hij was vorig jaar ook scheidsrechter tijdens de Challenger van Louvain-la-Neuve én begin dit jaar kreeg hij met Libanon tegen Peru zijn eerste Davis Cup-duel toegewezen.

Je kan je kandidaat stellen voor Challenger-tornooien, maar omdat ze meestal ervaring vragen is het niet evident om er in te geraken”, zegt Vandenberghe. “Uiteraard was het ook voor mij jammer dat de Challenger van Louvain-la-Neuve dit jaar niet doorging. De finale van het ITF-tornooi van Koksijde – er zit dan toch 3.000 man op de tribune – was dan weer een zeer leuk moment. De voldoening nadien is groot.

Het Davis Cup-duel tussen Libanon en Peru betekende een zeer bijzondere ervaring. Je merkt dat er veel meer komt bij kijken én er is de druk van de coaches die naast je zitten. Ik heb gedurende die tweedaagse veel bijgeleerd. Omwille van de spanning in Libanon werd het duel in Caïro op neutraal terrein afgewerkt. Voor mijn eerste Davis Cup-ervaring was dat misschien niet erg (lacht). De druk van het publiek was alvast wat minder.

De Belgische scheidsrechterij kan best wat jong bloed gebruiken en Vandenberghe zet zich in om die jongeren op weg te helpen. “Zelf speel ik ook competitief tennis, maar als gepassioneerde is dit toch een heel andere manier om met de sport bezig te zijn”, zegt hij. “Je komt op plekken waar je anders niet komt en je ontmoet spelers van een hoger niveau. De teamsfeer onder de officials tijdens de tornooien is trouwens prima. Ik kan aan jongeren alleen maar aanraden om in stressvolle situaties de rust te bewaren en zeker niet over je heen te laten lopen.

Vandenberghe is een verkeerskundig ingenieur. Zijn vrije dagen gaan bijna volledig op aan tennis. “Ik heb flexibele uren en tijdens de weken dat ik niet op tornooi ben, werk ik meer dan nodig”, lacht hij. “Normaal gezien ben ik gedurende 8 à 10 weken per jaar op het circuit. In zekere zin ontspant mij dat wel. Tussendoor probeer ik ook nog wat te joggen.

Hopen op kansen
Dit jaar zal Vandenberghe tijdens de zomermaanden vooral actief zijn op het ITF-circuit. Het feit dat op de grote tornooien de lijnrechters zijn weggevallen geeft minder mogelijkheden om aan de bak te komen. Vandenberghe kan zich op zowat alle internationale tornooien kandidaat stellen als scheidsrechter. In de eerste plaats lonkt hij naar de Challengers.

Je kandidaat stellen op een Challenger is geen probleem, maar geselecteerd worden is een ander paar mouwen”, zegt hij. “Meestal kiezen de organisatoren voor scheidsrechters met ervaring op dat circuit. Het is dus een kwestie om er in te geraken. Of ik als scheidsrechter een ultiem doel heb ? Dat is vanzelfsprekend een Grand Slam-tornooi meemaken, maar dat wordt nu nóg moeilijker zonder lijnrechters. Ik wil in de eerste plaats kijken hoe ver ik kan geraken en hoop dat er kansen komen. Stel dat je op een Challenger actief bent, dan moet je hopen dat daar een referee rondloopt die je opmerkt en je introduceert voor volgende tornooien. Op die manier kan je in het circuit gelanceerd geraken. Het blijft een hobby en ooit voltijds werken als scheidsrechter is haast onmogelijk. Hoe je ‘Silver’ of ‘Gold Badge’ wordt ? Je kan een ladder stijgen op basis van ervaringen en sterke beoordelingen op je wedstrijden. Voor mij is dat op dit moment niet echt een doel. Ik wil in eerste instantie ervaring opbouwen in binnen- en buitenland als ‘Bronze Badge’, en dan zien we wel.

Een man van de wereld: Adolfo Battaglia (92) tennist nog wekelijks op Park 1800 in Vilvoorde

“Ik word op deze club hard gesteund om mijn hobby te blijven beoefenen”

Op zondag 23 februari blies hij 92 kaarsjes uit, maar dat belet Adolfo Battaglia niet om nog wekelijks actief te zijn op de banen van Park 1800 in Vilvoorde. Battaglia kwam in 1963 vanuit Argentinië naar ons land, speelde voor het eerst op 40-jarige leeftijd tennis en 52 jaar later doet hij dat nog steeds. “Waar ik de liefde voor de sport ontdekte ? In Jeddah”, lacht Battaglia, die voor zijn werk alle hoeken van de wereld bezocht.

Donderdag tussen 10 uur en 11.30 uur vormt voor Adolfo Battaglia de vaste tennisafspraak op Park 1800. Battaglia bleef steeds van grote blessures gespaard en staat tussen zijn vriendengroep nog helemaal zijn mannetje.

“We vormen hier al lang een vaste groep van ongeveer veertien tennissers”, zegt Battaglia. “We spelen volgens een beurtrol, maar meestal ben ik wel aan zet. Soms train ik op een andere dag met een kameraad nog een extra uur. Pas op, dat is geen spectaculair tennis, hé (lacht). We doen dit spelletje gewoon graag en – veruit het belangrijkste – we blijven in beweging.”

Begin de jaren ’90 sloot Battaglia, die enkele kilometers verderop in Koningslo woont, zich aan bij de Vilvoordse club. Hij is de club en zijn vriendengroep dankbaar voor de mooie tennisjaren die hij er al beleefde. “Ik ontmoette hier zeer vriendelijke mensen”, zegt hij. “Ze steunen mij en ze laten me toe om mijn hobby te beoefenen. Als ik niet goed speel, doen ze trouwens helemaal niet lastig (lacht). Alles verloopt op een relaxte manier.”

De Argentijn Battaglia, een gewezen burgerlijk bouwkundig ingenieur, kwam in 1963 naar België. “In Argentinië heb ik nooit getennist”, zegt hij. “Ik speelde er wel amateurvoetbal. Na het behalen van mijn diploma was het mijn bedoeling om in België verder te studeren, maar ik ging hier al snel aan de slag. Midden de jaren ’60 werkte ik mee aan de weginfrastructuur toen er in België op grote schaal autostrades werden aangelegd. Ik leerde hier ook mijn echtgenote kennen. Tien jaar later speelde ik voor het eerst tennis. Dat was op de gemeentelijke terreinen van Jette. Ik tenniste er met vrienden op de zondagen dat het niet regende. De overige dagen van de week had ik het veel te druk.”

Battaglia reisde voor zijn werk de wereld rond. Hij woonde ook enkele jaren in Saoedi-Arabië. “In Jeddah was het overdag enorm warm, we speelden er ’s nachts”, lacht hij. “Het is daar dat de liefde voor tennis echt ontstond. Toen ik terugkeerde maakte ik me lid op Park 1800 en de tennismicrobe is sindsdien nooit meer verdwenen.”

Reizen deed Battaglia niet alleen voor zijn werk, maar ook om familiale redenen. Hij keerde uiteraard geregeld terug naar Argentinië om zijn familie te bezoeken en één van zijn dochters woont in Rio de Janeiro.

“Mijn kinderen zijn in België geboren”, aldus Battaglia. “Eén dochter woont in Brussel, de andere in Rio de Janeiro. Ze leerde in België een Braziliaan kennen en trok vervolgens naar ginder. In beide steden heb ik ook twee kleinkinderen. Ik reisde vroeger geregeld naar Argentinië en Rio, maar intussen beginnen die lange reizen toch te vermoeiend te worden. Mijn oudste broer, die nog in Argentinië woont, is intussen 96 jaar, maar het is reeds drie jaar geleden dat ik hem nog zag.”

Competitie speelde Battaglia amper. Hij tennist zuiver voor het plezier en dat wil hij nog zo lang mogelijk blijven doen. “Ik speelde vroeger wel enkele interclubwedstrijden voor Park 1800, maar dat was eerder sporadisch”, besluit hij. “Voor mij gaat het in de eerste plaats om het bewegen, niet om het winnen. Ik volg ook heel wat tenniswedstrijden op televisie en bracht al een bezoek aan Roland Garros. Ik geniet van deze sport. Jammer genoeg gaat het op internationaal vlak momenteel wat minder goed met het Argentijnse tennis. Vroeger waren er meer figuren. Soms kom ik hier bekende landgenoten tegen. Zo ontmoette ik al dikwijls Carlos Rodriguez, de ex-coach van Justine Henin. De band met het moederland gaat immers nooit verloren.”