Tennis
Padel
Tennis
Padel

Column - De gevoelige snaar

Tennisexpert Filip Dewulf kruipt voor ons in zijn pen in deze maandelijkse tenniscolumn! In zijn eigen carrière durfde hij al wel eens de bal misslaan, maar met ‘De gevoelige snaar' wil Filip Dewulf vooral kort op de bal spelen om het tenniswereldje te becommentariëren en, als het kan, een gevoelige snaar raken. Voor liefhebbers van waardeloze weetjes en wazige woordspelingen. En van tennis, de (zogezegd) mooiste sport ter wereld natuurlijk!

Enjoy!

Machinist Bergs (03/06/2024)

27 jaar geleden waren wij 25 jaar, net als Zizou Bergs vandaag. Net als de naar Antwerpen uitgeweken Limburger kwamen wij dat jaar ook uit de kwalificaties op Roland Garros. Net als de passionele handballiefhebber voelden ook wij ons gepusht door de steun van de Belgische fans. Het énige verschil tussen onze prestaties is dat Bergs na zijn derde ronde tegen Grigor Dimitrov enkele biertjes nuttigde terwijl wij als wilden in de wijn vlogen. Verschil moet er zijn.  
 
We zijn officieel onder de indruk van het parcours en het potentieel van de Peltenaar. Zondagavond plaatste Dimitrov zich na een zege op Hubi Hurkacz voor het eerst in zijn carrière voor de kwartfinale van Roland Garros. Wél, wij zijn er zeker van dat de 33-jarige Bulgaar zich zaterdagavond op de Court Philippe Chatrier, tegen die voor hem relatief onbekende qualifier, minder op zijn gemak voelde en meer gedomineerd werd dan op de Court Suzanne Lenglen tegen de nummer acht van de wereld. Dit was een doorbraaktornooi voor Bergs en nu is het enkel nog wachten op die doorbraakzege tegen een topper. Hij komt elke keer (Tsitsipas, Rublev, Shelton, Nadal, Dimitrov) een stapje dichterbij. “Ik ben dan ook benieuwd hoe ik op gras, van nature een ondergrond waarop ik goed gedij, tegen die topspelers ga presteren”, glimlachte Bergs zaterdagavond nog. Dat is natuurlijk als Bergs ook effectief op gras zal kunnen aantreden. Hij is immers vergeten zich in te schrijven voor de tornooien van Rosmalen, Halle en Queen’s. 

Nu hebben wij in onze tenniscarrière tegen zowat alle mogelijke wetten van het profbestaan gezondigd, maar nooit, niet in onze alsmaar afnemende herinneringen tenminste, zijn we ons vergeten te enteren voor een tornooi. En in onze tijd gebeurde dat nog met een fax en vroeg dat toch enige inspanning en een werkende telefoonlijn. “Slechte punten voor mij”, grinnikte Bergs. Misschien ook slechte punten voor zijn management (IMG) die zo’n taakjes toch regelmatig op zich neemt? Soit, het zal zijn opmars niet afstoppen. Bergs ging sowieso trainen op de Libéma Open in ‘s Hertogenbosch waar hij en passant ook even ging luisteren of er geen wildcard verloren lag in een hoekje. De week daarna staat hij als ‘alternate’ geboekt in Queen’s en in Halle kan hij bij late afzeggingen nog binnengeraken via die reservelijst. Dat zegt hij zelf tenminste. Wij vonden zijn naam niet terug op die ‘alternate’-lijst. Maar wij hebben dan ook geen officiële gegevens. Nogmaals soit, het zal zijn opmars niet afstoppen. Op z’n meest gewoon een beetje vertragen. Het zou jammer zijn dat de kwalificaties van Wimbledon zijn enige, echte stappen op gras zouden zijn, maar Bergs heeft al grotere, euh, bergen overwonnen op zijn weg naar de top. Die weg ligt de volgende maanden trouwens redelijk wijd open, met weinig tegenliggend verkeer. De virtuele nummer 80 van de wereld heeft van nu tot eind november immers maar iets meer dan 100 ATP-punten te verdedigen. Met ‘dank’ aan zijn polsblessure vorig jaar. 

We stuurden de ultrasympathieke kwarteeuweling vanmorgen een berichtje om hem te feliciteren met zijn 25ste verjaardag en de boodschap om ervan te genieten, want voor je het weet ben je er 52 (en moet je voor de 777ste keer vertellen over je doorbraak vanuit de kwalificaties op Roland Garros). Wij hebben hem trouwens altijd voorgehouden dat hij (nog) beter ging aarden en tennissen eenmaal bij het eliteclubje van de top 100 en kunnen dus niet wachten opdat hij onze woorden kracht bij gaat zetten. De Olympische Spelen (al is het nog niet 100 procent zeker dat Bergs daar mee kan doen), Gstaad, de hardcourttournee in Amerika, de US Open, de Davis Cup in Bologna, de European Open… Mooie tijden liggen in het verschiet voor onze nieuwe Belgische nummer één. Bergs heeft alles om een locomotief te worden en zo het vaderlandse tennis terug op het juiste spoor te zetten: charisma, een attractief spel, een goede kop op sterke schouders en al een flink gespekte aanhang. Wij hangen maar wat graag ons wagonnetje aan die locomotief. Instappen, zouden we zeggen. Het wordt een wild ritje!  

Oude demonen en lange tenen (24/05/2024)

Zoals vroeger het gevoel van een match werd beslist door de eerste ballen die we sloegen tijdens de opwarming, wordt zo’n editie van Roland Garros vaak getekend door de eerste (oude bekende) die we tegen het lijf lopen. Wel, we hadden nog geen voet in het gravelheiligdom geplant of we waren al gebotst op Stéphane Huet. Voormalig nummer 96 van de wereld en huidig coach van Arthur Cazaux – jongeman die zijn doorbraak dit jaar met een vierde ronde op de Australian Open vierde –  maar natuurlijk vooral bekend als onze tegenstander in de eerste ronde van het juniorentornooi van Roland Garros in 1989. Hij kwam uit de kwalificaties, wij kwamen uit Leopoldsburg – letterlijk, we waren de avond ervoor aangekomen – en de wedstrijd duurde ongeveer 45 minuten: 6-1, 6-0 voor Huet. De weg terug naar huis was lang. Zeer lang.
Maar we zijn natuurlijk niet van gisteren en hebben proefondervindelijk geschaafd aan onze mentale aanpak van zo’n grandslamtornooi. We verlegden onze focus op wat er echt toe doet: hoe de Franse organisatie ook dit jaar weer het veiligheidsprotocol veranderd heeft. De eerste dagen werden we niet gefouilleerd bij binnenkomst, vandaag dan weer wel. En dat was zo grondig dat de jongeman zelfs een extra rits vond in onze rugzak die wij nog nooit gezien hadden! Nog meer opbergruimte. Met dank aan de security. Formidable! 

Explosief materiaal hebben wij vooralsnog niet bij. Of het zou het nieuws moeten zijn dat David Goffin ziek was in het begin van de week. Vandaar waarschijnlijk zijn minder goede prestatie in Genève. En dat Zizou Bergs last heeft van een ‘turf toe’. Nu hebben wij al op menige (lange) teen getrapt, maar van een turfteen hadden wij nog nooit gehoord. Het gaat dus om een kneuzing die Bergs opliep een dag voor zijn wedstrijd in Madrid. Geen probleem om voluit te gaan, maar zo zie je maar weer dat sommige prestaties moeilijk in te schatten zijn als je het onderliggende ziektebeeld van de spelers niet kent. Sowieso lopen hier op Roland Garros misschien één of twee achttienjarige bakvissen rond die nog ongeschonden aan het tornooi kunnen beginnen, maar heeft de overgrote meerderheid altijd wel iets aan de hand (of teen). En dan hebben we het nog niet over de mentale belasting die de meeste deelnemers met zich meedragen. De druk, de verwachtingen, de (wan)hoop. 

De tegenstander van Bergs in de laatste kwalificatieronde verwoordde dat zeer sterk. De 30-jarige Matthias Bourgue uit Avignon is geen gekende naam – op zijn best nummer 140 van de wereld, dan val je zelfs in Frankrijk niet op – zei in L’Equipe: “Ik voel me levend als ik tennis. Elke match heb je schrik, voel je je naakt. Als je wint, kom je leeg maar fier van de baan. Matchen winnen is dan ook als een drug voor mij. Ik voel dan dat ik al mijn angsten, al mijn demonen, heb overwonnen.” Een tikkeltje zwaarwichtig misschien, maar het onderstreept de emoties die tekeer gaan in lijf en leden van de spelers hier op Roland Garros. Elke overwinning wordt gevierd alsof de nummer een positie op het spel stond. Tranen, zegegebaren op het randje van het fatsoen, wilde taferelen. Het kader helpt daarbij natuurlijk ook een beetje. 

Hoeveel volk loopt er hier nu al rond? 15.000 man per dag, wordt geschat. Dat is telkens de helft van wat er binnen kan. Enorm! Dat helpt om, ook in de kwalificaties, al een regelrechte tornooisfeer te creëren. Het voelt alleszins bijzonder druk aan. Wij hebben immers weet van een, in onze ogen, niet zover verleden waarin wij enkele matchen afhaspelden voor ‘trois hommes et une tête de cheval’. Het hield ons 27 jaar geleden wel niet tegen om onze demonen en wat tegenstanders te overwinnen. Wij hebben er goede hoop op dat onze gouwgenoot, Zizou Bergs, daar dit jaar ook in gaat slagen. Hij gaat alleszins zijn tenen uitkuisen.  

Benieuwd naar de vernieuwing (17/05/2024)

1989 was onze eerste keer. Een geweldige ervaring: we wonnen één game in het juniorentornooi, stonden 45 minuten op de baan en bleven welgeteld twaalf uur in Parijs. Maandag beginnen we aan onze 30ste Roland Garros ofzo, we hebben de tel niet bijgehouden. Na bezoeker, speler, analist, journalist en fulltime toerist trouwens ook in een nieuwe rol, als Press Manager Tennis Belgium. De (Belgische) vlag dekt de lading. Wij willen trachten meer tennis in de media te krijgen, meer aandacht te genereren voor onze vaandeldragers en een goede/betere symbiose tussen pers en presteerders presenteren. Ja, ook wij zijn benieuwd.
Sowieso zijn we dat elk jaar als we de poorten van Roland Garros aan de Porte d’Auteuil binnenwandelen. Die grandslamtornooien evolueren tegen zo’n razendsnel tempo dat we ons telkens even moeten oriënteren en verifiëren of alles nog op zijn plaats staat. Blikvanger van deze 128ste editie van de French Open wordt zonder twijfel het nieuwe, uitschuifbare dak/zeil boven de court Suzanne Lenglen. Geïnspireerd door dezelfde legendarische dame – twaalf grandslamtitels tussen 1919 en 1926! – haar plooirok. Bij een regenbui – het eerste jaar dat het centercourt van Wimbledon  over een dak beschikte was het veertien dagen stralend weer – duurt het tien minuten om de overkapping te installeren, ongeveer even lang als Lenglen er indertijd over deed om alles van haar outfit mooi in de plooi te laten vallen. Van deze ‘grande dame’ van het Franse én wereldtennis werd gezegd dat ze nogal frivool en flamboyant was, omdat ze met haar nieuwe en af en toe wat opwaaiende rok al iets te veel (van het goede) liet zien. Ook daar heeft de organisatie bij stilgestaan: als de wind harder dan 60km/u waait, dan mag het zeil niet uitgerold worden.
    
De Franse tennisfederatie heeft natuurlijk al een aantal jaren de wind in de zeilen. Het is onwaarschijnlijk hoeveel volk zo’n grandslamtornooi wil meemaken. Voor sommigen wordt daarvoor een nieuwe job uitgevonden, anderen kwamen er meer bekaaid vanaf toen enkele maanden geleden bleek dat ze nummer 721.339 waren in de rij wachtenden die de hoop koesterden een ticket op de kop te tikken. Al die liefhebbers zorgen vanzelfsprekend voor een onstuitbare stroom aan inkomsten – de voorbije jaren klokte Roland Garros af op meer dan 300 miljoen euro omzet – die dan weer geïnvesteerd wordt in infrastructuur en omkadering, om de beleving bij spelers en fans te verbeteren. 

Zo is er deze editie onder de zitvlakken van Iga Swiatek en co nieuw meubilair te bewonderen op de grootste showcourts. Zo werden de Players Lounge, kleedkamers, het restaurant en de bar in een nieuw kleedje gestoken. Dat kleedje zou de authentieke Franse kunst van het leven (‘art de vivre’) en de stijl van de Parijse appartementen – gelukkig niet de Parijse hotels! – moeten uitstralen. Omwille van het succes vorig jaar werd in die spelersenclave ook opnieuw een plekje gereserveerd voor een tattoo-studio.  En naast de vertrekplek van de transportwagens is er een soort repetitiekot voor muzikanten (in spe) ingericht waar niet alleen liveoptredens zullen gehouden worden, maar spelers ook zelf een instrument in de hand kunnen nemen. Dat alles om ‘creatief te kunnen ontspannen’. Hadden wij in onze tijd een instrument ter beschikking gehad, dan kunnen wij wel zeggen dat daar niets creatiefs of ontspannen zou uitgekomen zijn. Maar op Kurt Cobainse wijze een gitaar rammen? Dat dan weer wel!  

Wij hadden zonder twijfel baat gehad met het ‘Self Care Center’ dat al enkele jaren wordt aangeboden en waar er plaats is voor meditatie en rust (in het hoofd). Dit jaar worden er zelfs ademhalingsworkshops gegeven. Wij hebben ons meteen ingeschreven nadat we lazen dat er dit jaar voor een pickleballterrein is geopteerd als promotiemiddel naar het grote publiek toe en niet voor een padelterrein zoals in 2023. Vernieuwing is goed, maar er zijn grenzen! 

Tinder (18/04/2024)

Het volgende hebben we van horen zeggen: soms swipe je op Tinder dagenlang naar links, tot je plots op enkele uren tijd drie keer naar rechts kan vegen. Zo is/was het ook met het Belgische tennis. Een week geleden was het nog kommer en kwel, weinig om over naar huis te schrijven, geen reden tot optimisme. Komt het weekend en… bam! Sander Gillé en Joran Vliegen stunten, jawel stunten, in Monte Carlo door drie dubbelduo’s te kloppen waartegen ze nog nooit gewonnen hadden, waaronder Jannik Sinner en in de finale Sascha Zverev. Ze noteerden zo hun achtste en mooiste titel ooit. Waanzinnig knap. Net daarna stond Zizou Bergs op een haar – en het was er eentje van onze dikte, dus amper zichtbaar – van een rechtstreekse plaats op de hoofdtabel van Roland Garros en een plek in de top 100. Het mocht jammer genoeg niet zijn. Daarvoor hadden de jonge dames Sofia Costoulas en Hanne Vandewinkel al heel mooie dingen laten zien tijdens hun Billy Jean King Cup-debuut (op de baan) in Orlando. Het ging eindelijk nog eens de goede kant uit met de Belgische tennistak. 
Het dubbelsucces van de lovenswaardige Limburgers Gillé en Vliegen kwam wel een beetje uit de azuurblauwe, Monegaskische lucht gevallen. Oké, ze hadden in de eerste week van 2024 al de finale gehaald in Hong Kong, maar sindsdien ging het wat op en af. Vooral veel af in het Midden-Oosten en Amerika en daarna terug op, eens op hun vertrouwd gravel geland. Niet vergeten dat Gillé-Vliegen vorig jaar in Parijs ook al bijna Roland Garros op hun naam schreven en met deze winst in Monte Carlo zich toch weer als indirecte outsiders voor de titel aan de Porte d’Auteuil placeren. En zeker ook niet vergeten dat twee maanden later de Olympische Spelen op dezelfde banen passeren en we hier dan toch kunnen spreken over echte Belgische medaillekandidaten. We zeiden het al, het kan een mooie zomer worden. 

Daar moet Zizou Bergs zich ook aan spiegelen. Zondagavond verloor hij de finale van de Challenger van Sarasota tegen Thanasi Kokkinakis. Inzet van het spektakel op het grijsgroene gravel in Florida: een plaats in de top 100 en op de hoofdtabel van het volgende grandslamtornooi. Het is dan jammer als je die grijpklare hap net niet in je handen krijgt. Bergs zal wel ontgoocheld geweest zijn over die derde set (0-6) en de uitkomst van deze finale en het tornooi. Temeer daar hij door het verlies van zijn punten in Talahassee, waar hij de voorbije nacht begon aan de titelverdediging, alweer werd teruggeworpen naar de 116de plaats op de wereldranglijst. Zo lijkt die trip naar de top 100 heel hard op de processie van Echternach – tot 1947 moesten de deelnemers drie stappen vooruit en twee achteruit zetten – maar elk jaar bereiken de deelnemers in Luxemburg toch ook hun doel. Daar moet Bergs zich aan optrekken. Het proces is een processie.  

Dat kunnen we ondertussen ook wel zeggen over de opkomst van de Belgische jongedames. Terwijl iedereen dacht dat hun Amerikaanse intocht zou uitmonden in een aftocht deden zowel Costoulas als Vandewinkel zonder scrupules van zich spreken daar in Orlando. Tegen de ijzersterke Jessica Pegula en Emma Navarro meedoen tot het einde en een set weten af te snoepen, smaakt zoet. Wij waren in februari 1991, bij ons debuut in de Davis Cup, nummer 521 van de wereld en een zéér volwassen achttien jaar toen we in Australië voor de leeuwen werden gegooid tegen Richard Fromberg. Die stond 500 plaatsen boven ons geparkeerd. We speelden op gras. En wij wonnen een set. De dag erna, toen heel de Australische ploeg ons onorthodox grastennis van dichtbij gezien had, kregen we een 6-0, 6-1 van Wally Masur. Een beetje hetzelfde verhaal als Vandewinkel in Amerika. Onze negentienjarige gouwgenote mocht trouwens omwille van haar eerste BJK Cup-selectie een speech geven tijdens het officiële diner en moest, als onderdeel van deze doop, de woorden ‘Tinder’ en ‘Kinderbueno’ erin verwerken. Onderwerpen die deze dokteres in spe met chirurgische precisie aansneed. Fijn dat ze het er goed heeft vanaf gebracht daar in Florida. 

Nu, één mooie dag maakt de lente niet. Dat weten we hier in België na afgelopen weekend maar al te goed. Maar als we nog maar een glimp hebben mogen opvangen van de zonnige toekomst, dan swipen wij keihard naar rechts in de hoop dat het een blijvende match is.  

Coach van de coaches (13/03/2024)

En training geven, of coachen, heb je dat nooit gedaan?” Naast de opmerking dat mensen hun examens hebben gerateerd door in 1997 naar de halve finale op Roland Garros te kijken, is dat de vraag die ze ons het meest stelden na onze carrière. Telkens hebben we de geïnteresseerden moeten teleurstellen. “We zouden niet weten hoe dat moet”, was dan meestal het standaardantwoord. Wij konden wel (vrij onorthodox) tennissen, maar dat wil nog niet zeggen dat we alle machinaties erachter volledig snapten, laat staan konden uitleggen. Voor ons voelden bepaalde zaken ‘natuurlijk’ en logisch aan, maar of dat allemaal volgens de regels van de kunst was, is een andere kwestie. We zouden natuurlijk wel ergens (tactisch) advies of een interpretatie kunnen geven van wat mogelijks een fatsoenlijke slag tegen een bal is, maar dat lijkt ons ruimschoots onvoldoende om het beste uit een speler te halen.
 
We kregen onderweg wel eens voorstellen om jeugdige deugnieten te trainen, maar zijn daar nooit op ingegaan. We weten ook niet of we die emotionele druk en stress zouden aankunnen. Hadden we bijvoorbeeld ooit onszelf moeten coachen, dan was daar een clash van gekomen die in de annalen van de internationale sportgeschiedenis een volledig hoofdstuk had gekregen. Als coach ben je totaal afhankelijk van je speler die een slechte dag, een goede tegenstander, een relatieprobleem, een zonneslag, slecht slapende kinderen, een windallergie, een kater, een vertrouwenscrisis, te hoge verwachtingen, ouderlijke druk, financiële zorgen, vliegangst, verzwegen blessures of geen goesting kan hebben. Net als wij vroeger kan hij/zij al die ballast tijdens een wedstrijd bij de coach in de spelersbox dumpen. Ook Andy Murray heeft zo’n uitlaatklep nodig om die stoom uit de oren in één richting te kanaliseren. Wij weten heel goed hoeveel verkeerde woorden, gestes of gelaatsuitdrukkingen we ooit richting onze entourage hebben gestuurd. Puur uit onrust in het hoofd. Dat deel je dan met de mensen die je ergens mee in die situatie, met die voorbereiding en tactiek, hebben gebracht. Gedeelde smart. De meeste spelers verliezen op een jaar meer dan dat ze winnen. De meeste coaches ook. 

We moesten er maandagnacht rond 1u aan denken toen Elise Mertens in de Indian Wells na een lelijke match die mooie zege op Naomi Osaka liet optekenen. Haar coach/vriend, Christopher Heyman, was na afloop tot tranen toe bewogen door dat succes. Schoon om te zien en nogmaals onderstrepend hoe belastend die taak van begeleider is. Niet dat de prestaties van de Hamontse slecht waren sinds de aanstelling van de Kempenaar eind vorige zomer – nummer één van de wereld in het dubbelspel, een grandslamtitel, een WTA-zege, nog steeds rond de top 25 in het enkelspel – maar vanwege zijn geringe ervaring werd bij elk minder moment wel een kanttekening geplaatst. Als je dan zo’n wereldwijd klinkende overwinning kan meepakken, dan doet dat iets met een mens. Zeker ook als er nog eens een match in de match werd gespeeld tussen de coaches. In de andere box zat immers Wim Fissette, waarschijnlijk de beste en zonder twijfel de meest succesvolle Belgische trainer op het circuit. Dat Osaka dan achteraf verklaart dat ze verrast was door de agressieve aanpak van Mertens in het begin van de wedstrijd en de verbeterde snelheid van haar service, is dat toch een pluimpje op de pet van Heyman. Chapeau.
 
Fissette had vorig jaar nog voor consternatie op het damescircuit gezorgd door zijn contract met het Chinese supertalent Qinwen Zheng op te zeggen en opnieuw in zee te gaan met de Japanse Osaka. Zeker in China konden ze daar niet mee lachen, terwijl er zoveel spelers hun coach op straat zetten als het even niet botert of ze een betere deal krijgen voorgeschoteld. Elke winter is dat weer een carrousel waar zelfs de voetbalmarkt stilaan jaloers op wordt. Maar andersom ligt het duidelijk veel gevoeliger. En misschien ligt daar wel een jobopportuniteit voor ons: coach van de coaches worden. In deze tijden dat je zelfs in de meest banale activiteit gecoacht kan worden, is dat nog een gat in de markt! Wij weten wat een ‘pain in the ass’ een speler kan zijn, wij kennen het milieu, wij voelen de emoties, wij kunnen de druk relativeren. En als we dan de vraag krijgen of we nog iets doen in het tennismilieu, kunnen we tenminste het winnende antwoord geven: “Ja, we coachen…”.